Welke meetmicrofoon?
De vraag is bijna altijd “welk model”. Dat is de tweede. De eerste is: ken je de afwijking van je microfoon — als bestand? Een microfoon met een bekende verhoging van 6 dB is voor een meting beter dan een vlakke waarvan niemand de curve heeft.
Waarom het bestand meer telt dan het model
Een meting vergelijkt wat de luidspreker afgeeft met wat bij de microfoon aankomt. Alles wat de microfoon zelf verbuigt zit in het resultaat — en de software kan dat niet onderscheiden van wat de zaal deed.
Kent de software de curve van de microfoon, dan trekt ze die eraf. Kent ze die niet, dan wordt de verhoging van de microfoon een schijnbare verhoging van de zaal — en de auto-EQ haalt die uit de PA. Je equalizet dan je microfoon ín je systeem, en in de zaal klinkt precies de fout die je wilde verhelpen.
Wat een meetmicrofoon moet kunnen
- Bolvormig opnemen. Een niermicrofoon weegt reflecties anders dan het oor in de zaal en maakt van elke draaiing een andere meting. Een zangmicrofoon is er ongeschikt voor, hoe goed hij anders ook is.
- Een kalibratiebestand hebben. Een UMIK-1 levert er een mee, individueel voor zijn serienummer gemeten — dat is het beste geval, beter dan elk algemeen profiel voor het type, want twee exemplaren van hetzelfde model wijken van elkaar af.
- Genoeg signaal-ruisverhouding voor de zaal waarin je werkt. In een lege zaal volstaat bijna elke; staat het systeem zacht en loopt de ventilatie, dan bepaalt de ruisvloer of er laag nog iets meetbaar is. Meer gevoeligheid helpt daar meer dan een vlakkere curve.
- Wat je kunt overslaan: een klasse-1-microfoon met keuringsbewijs, zolang je geen documentatie voor een instantie of organisator nodig hebt. Voor het inregelen van een systeem beslist de bekende curve, niet het certificaat.
En als je geen kalibratiebestand hebt?
Dan blijft er meer bruikbaar dan je denkt. Aankomsttijden, polariteit en wegverschillen hangen niet af van de amplitudecurve — tijduitlijning werkt dus ook ongekalibreerd. Idem voor het vergelijken van twee metingen met dezelfde microfoon: wat daartussen verandert, is echt.
Alleen het absolute frequentiebeeld wordt onbetrouwbaar — en daarmee alles wat daaruit een doelcurve afleidt. Wie ongekalibreerd meet, moet de auto-EQ dus als voorstel lezen en bij twijfel minder toelaten in plaats van meer.
Wat AURIX hier doet
AURIX leest kalibratiebestanden in REW-formaat — één regel per frequentie, zoals meegeleverd bij een UMIK-1. Twee profielen zitten erin (Pioneer APM7008 en MCACC), mocht je zo’n receivermicrofoon hebben liggen.
Welke kalibratie actief is, staat overal in de software gelijk — in Systeem en in de RTA-weergave. Dat klinkt als een detail, maar het is de opgave waarmee je controleert of je meting überhaupt gecorrigeerd is.
AURIX 7 dagen proberenZonder creditcard. Eigen kalibratiebestanden kun je ook in de proefperiode laden.