Waarom een EQ een uitdoving niet kan repareren

Je meet, je ziet een dip van 15 dB bij 120 Hz, je tilt daar op — en er gebeurt bijna niets. Dat is geen fout van je EQ. Dat is natuurkunde, en die kost je eindtrap en headroom zolang je ertegenin regelt.

Wat er werkelijk gebeurt

Geluid bereikt je microfoon via meer dan één weg. De directe weg vanaf de luidspreker, plus minstens één via een muur, de vloer, de podiumrand of een tweede luidspreker. De tweede weg is langer en komt dus later aan.

Bij de frequenties waarvan de halve golflengte precies in dat wegverschil past, komen beide in tegenfase aan en heffen elkaar op. Daartussen tellen ze op. Het resultaat is niet één dip maar een reeks, op regelmatige afstand — een kamfilter. 1,70 m wegverschil legt de eerste dip rond 100 Hz, de volgende op 300, dan 500.

Waarom optillen niets oplevert

Een EQ zit vóór de luidspreker. Die kan alleen dat ene signaal harder maken, en dat gaat vervolgens beide wegen — de directe en de vertraagde. Beide worden evenveel harder. Hun verhouding verandert niet, dus ze doven elkaar precies zo uit als daarvoor.

Wat wél verandert is al het andere: bij die frequentie levert de eindtrap twaalf keer het vermogen, de conus beweegt navenant, de limiter grijpt eerder in, en overal in de zaal waar de dip niet zit, is het nu te hard. Op het meetpunt win je één of twee decibel — de rest vreet de uitdoving op.

Hoe je het herkent

  • Hij verplaatst zich. Ga een halve meter opzij en meet opnieuw — zit de dip nu elders of is hij weg, dan was het een uitdoving. Een echte resonantie blijft waar hij is.
  • Hij komt in reeks. Eén dip kan van alles zijn. Meerdere op gelijke afstand vormen een kamfilter, en achter een kam zit altijd een looptijd.
  • Hij is smal en diep. Zaalresonanties en luidsprekerfouten zijn meestal breed en zelden dieper dan zes, acht decibel. Een inzinking van 15 dB over een terts is vrijwel nooit iets wat een filter kan bereiken.
  • Hij gaat niet weg. Je tilt 6 dB op, meet opnieuw, en de dip zit er nog. Dat is de eerlijkste test die er is — en degene die te weinig mensen doen.

Wat wél helpt

  • Verander het wegverschil. Verzet de luidspreker een halve meter, haal de sub uit de hoek, til de microfoon van de vloer. Daarmee verschuif je de dips naar waar ze minder pijn doen.
  • Vertragen in plaats van equalizen als er twee bronnen zijn. Komt de tweede weg niet van een muur maar van de sub, dan is het geen zaalprobleem maar een tijdprobleem — en die los je op met delay en polariteit, niet met een EQ.
  • Maak de tweede weg zachter. Een deken over de podiumrand, een absorber op het eerste reflectiepunt, een andere stralingshoek. Hoe zwakker de tweede weg, hoe ondieper de dip.
  • Laat hem staan. Niet elke dip hoeft weg. Eén die alleen op één plek in de zaal bestaat hoort bijna niemand — en ertegen vechten maakt het voor alle anderen slechter.

Wat AURIX hier doet

AURIX leest de tweede weg rechtstreeks uit de impulsresponsie: hoeveel milliseconden later hij aankomt, hoe sterk hij is, en of hij omgepoold is. Daaruit volgt een wegverschil in centimeters — een getal waarmee je in de zaal iets kunt.

En waar de analyse een uitdoving vindt, tilt de auto-EQ niet op. Hij zegt het je. Dat is het ongemakkelijker antwoord — het oogt in een voor-en-na-grafiek slechter dan een gladgestreken curve. Het is alleen wel het juiste.

AURIX 7 dagen proberen

Zonder creditcard. De analyse draait ook in de proefperiode volledig.